Home
Op initiatief vanDe WaterExpertBouw en beheerDW MEDIA ONLINE
L'annuaire indépendant des piscines de France
Shiva de Winter
Zwemveiligheid · expertartikel van De WaterExpertDe WaterExpert
Door Shiva de Winter · De WaterExpert

“Blijf in de buurt.”

Vijf minuten later liep ze er weer vandoor.

Door Shiva de Winter · De WaterExpert · 2026-06-23

Dertig jaar in het water, en het is altijd hetzelfde moment dat misgaat. Niet in de zee. Op de handdoek.

Tweede Pinksterdag. Dertig graden, geen wolk, de zee er rustig bij. En heel Nederland had blijkbaar hetzelfde idee, want Noordwijk zat vol. Niet bomvol, maar druk genoeg dat je je kind kwijt bent voordat je je handdoek hebt uitgeschud.

Ik was er met mijn gezin. Gewoon als vader. Alleen — na dertig jaar met kinderen en water lukt “gewoon vader zijn” me niet meer. Ik kijk altijd. Beroepsdeformatie, noem het zo.

Het strand lag erbij zoals een strand erbij ligt. Mensen op hun rug. Kinderen die kuilen graven. Iemand die terugkomt met ijsjes die al half gesmolten zijn.

En toen zag ik de reddingsbrigade lopen.

Geen sirene. Geen geschreeuw. Daar gaat het bij de meeste mensen juist aan voorbij — ze verwachten drama, en dat komt niet. Het is stil. Een paar mensen die overleggen, iemand die wijst, een auto die over het zand wegrijdt zonder dat er iemand opkijkt. Om me heen lag iedereen gewoon door te zonnen.

Een kind kwijt.

Ze deden het zoals het hoort. Snel, rustig, geen paniek. Honderd meter verderop gevonden, niks aan de hand. Maar honderd meter — op een vol strand, met die zee ernaast — dat is verder dan het klinkt.

Het strand? Lag nog steeds te genieten. Niemand die iets doorhad.

En ik zat daar en dacht: dit is precies hetzelfde verhaal als dertig jaar geleden.

En dit zie ik dus al dertig jaar

Ik hou me al een leven lang met waterveiligheid bezig. Niet omdat het een leuke hobby is — omdat ik er niet omheen kan. Dertig jaar zwemles, in zo’n beetje elk lessysteem dat dit land kent. Veertien zomers stond ik aan de bak als badmeester. En sinds dag één ben ik voorzitter van de NSWZ.

En nee, ik ben echt niet de enige die dit ziet. Vraag een willekeurige badmeester, een instructeur, iemand van de brigade — ze knikken allemaal. We zien allemaal hetzelfde. Alleen verandert er bar weinig.

Want weet je wat het echte probleem is? Het zijn niet de zwemlessen. Niet te weinig reddingsbrigades. Niet te weinig borden of vlaggen. Die zijn er allemaal.

Het zit ’m in iets veel kleiners. In dat ene moment op de handdoek waarop een ouder denkt: ach, ze blijft wel in de buurt.

Daar gaat het mis. En dat moment zag ik die dag niet één keer.

Even over dat meisje

Geen tien minuten na die reddingsactie zie ik haar. Jaar of vier, schat ik. In haar eentje over het strand aan het scharrelen, geen ouder te bekennen. Niemand die haar hand vasthad. Helemaal vrij, helemaal op haar gemak, en totaal niet doorhebbend dat dat misschien een probleem is.

Ik stootte mijn partner aan. Die had het zelf trouwens ook al gezien — zij komt ook uit het zwemonderwijs, dus we zitten allebei met diezelfde antenne aan. Zij liep erheen, ging naast haar zitten, maakte een praatje.

Waarom ik dat niet zelf deed? Eerlijk? Een vent van in de veertig die op een vol strand op een vreemd kleutertje afstapt — dat geeft gedoe. Onterecht, maar zo werkt het nou eenmaal. Dus deed mijn partner het. Prima opgelost.

Toen kwam haar broertje. Jaar of zeven, drie jaar ouder. Kwam aanlopen vanaf de handdoeken, in zijn eentje, duidelijk gestuurd om zijn zus op te halen. Geen haast, geen zorgen op zijn gezicht. Voor hem was dit blijkbaar de normaalste zaak van de wereld.

En vijf minuten later? Scharrelde ze er gewoon weer alleen rond. Niet meteen het water in, nee. Maar ook niet bij iemand die op haar lette. Want er was geen grens. En de vorige keer had ook geen gevolg gehad — dus waarom zou ze.

“Blijf in de buurt” zegt een kind helemaal niks

Begrijp me niet verkeerd, ik snap die ouders. Ik ben er zelf een, met twee kinderen. Een dag aan zee met kleine kinderen is geen vakantie, dat is werken. Insmeren, het tentje, de emmertjes, honger, plassen, zand in alles — en op een gegeven moment wil je gewoon vijf minuten op je kont zitten en even niks. Heel menselijk. Daar is niks mis mee.

Maar “blijf in de buurt” — daar kan een kind van drie of vier helemaal niks mee. Dat is geen instructie, dat is een wolk. In de buurt van wat? Hoe ver is ver? En ondertussen ligt die zee daar maar te glinsteren. Hij schuimt, hij beweegt, hij trekt aan je. Voor een kleuter is dat onweerstaanbaar.

Kinderen van die leeftijd zitten volledig in het nu. Ze lopen niet weg omdat ze stout zijn. Ze gaan gewoon kijken. Ze testen. Ze volgen wat hun aandacht pakt. En het water doet niks terug — geen waarschuwing, geen seintje.

Verdrinken ziet er niet uit zoals in films. Geen gespetter, geen geschreeuw. Het is stil. En het is snel.

En dat is nou net het stuk dat bijna iedereen verkeerd heeft: verdrinken ziet er niet uit zoals in films. Geen gespetter, geen geschreeuw, geen armen die wild boven het water uitkomen. Het is stil. En het is snel — vaak een halve minuut, soms minder, en regelmatig vlak naast mensen die niks doorhebben. De zee roept niet om hulp namens je kind. Hij wacht gewoon af.

We stoppen geld in alles, behalve in dat ene moment

Reddingsbrigades, top, echt waar — die mensen zijn goud waard en ze doen hun werk perfect. Vlaggen, borden, allemaal prima. Kinderen leren zwemmen, diploma’s halen, helemaal goed.

Maar over dat moment vlák daarvoor hebben we het bijna nooit. Die vijf minuten op de handdoek. Dat “ach, ze blijft wel in de buurt.”

Dáár gaat het mis. Niet in het water. Ervoor.

Wat je dan wél kunt doen

Geen ingewikkeld verhaal. Drie dingen, kosten niks, werken overal — Noordwijk, Spanje, het zwembad om de hoek, maakt niet uit.

  1. Maak die grens zichtbaar. Niet “blijf in de buurt”, maar “tot díe vlag mag je, en geen meter verder.” Wijs het aan. Een kind van drie snapt een vlag. “In de buurt” snapt-ie niet.
  2. Spreek af wie er kijkt. Hardop. “Ik loop even naar de tas, jíj let nu op.” Niet stilzwijgend ervan uitgaan dat de ander wel kijkt — want dan kijkt er straks dus niemand. Dat gebeurt vaker dan je denkt.
  3. Doe er iets mee als het misgaat. Loopt je kind over de grens en je laat het lopen, dan is die grens weg. Klaar. Precies wat daar gebeurde — niemand deed iets, en vijf minuten later liep ze er weer vandoor.

“Het liep goed af” is geen plan

Dat meisje liep dus vijf minuten later weer in haar eentje rond. Niet het water in. Maar ook niet bij haar familie. Geen grens, geen gevolg.

Het liep goed af die dag. Maar “het loopt meestal wel goed af” — daar bouw je geen veiligheid op.

En nee, ik schrijf dit niet om ouders een rotgevoel te geven. Ik schrijf het omdat ik na dertig jaar nog steeds met diezelfde knoop in mijn maag op zo’n strand zit. Frustratie, een beetje moedeloosheid, en eerlijk gezegd ook gewoon verdriet. Want het begint allemaal bij doorhebben dat die vijf minuten — ja, ook op een vrije dag, ook als je doodop bent — het belangrijkste moment van je hele dag kunnen zijn.

*Het water heeft alle tijd. Het wacht gewoon.*

European Pools Rating
Lees de Rating-methodiek
Lees de Rating-methodiek
Over de auteur

Shiva de WinterZwemschoolhouder · voorzitter NSWZ · oprichter De WaterExpert en WaterZeker · dertig jaar zwemles, veertien zomers badmeester

Voor het eerst gepubliceerd op De WaterExpert